donderdag 2 april 2020

zwaartekracht golf sneller dan het licht rood blauw verschuiving

In februari 2016 werd een wetenschappelijk onderzoek bekendgemaakt dat daadwerkelijk zwaartekrachtgolven heeft gemeten. Deze kunnen bijvoorbeeld optreden bij een grote explosie in het heelal. Zwaartekrachtgolven zijn naar verwachting transversaal, al voorspellen sommige theorieën daarnaast ook longitudinale golven. Indien zwaartekrachtgolven kunnen optreden bij grote explosies in het heelal dan vertaalt zich dat in een tijdelijke ruimtevermeerdering, die waargenomen kan worden door tijdelijke grotere spectrale roodverschuivingen. Omgekeerd krijg je bij implosies ruimtevermindering, wat zich vertaalt in spectrale blauwverschuiving.

Aan de universiteit van Leiden wordt in het Kamerlingh Onnes Laboratorium gewerkt aan een uiterst gevoelige bolvormige antenne die zwaartekrachtgolven kan waarnemen. De naam van het project is MiniGrail. Deze antenne is zo gevoelig, dat trillingen met een uitwijking van ongeveer 10−20 meter kunnen worden gedetecteerd.

Anti-zwaartekracht[bewerken | brontekst bewerken]

Vóór Einstein meenden veel natuurkundigen dat er ook anti-zwaartekracht mogelijk was. Met Einsteins theorie verviel hiervoor de noodzaak, omdat er geen tegenhanger voorstelbaar is voor een 'anti' tijd-ruimtecontinuüm vervorming. Maar bij recente metingen aan de kosmische achtergrondstraling is gebleken dat er misschien toch een soort uitdijende kracht in het universum werkzaam is, die de zwaartekracht tegenwerkt. Deze uitdijende kracht is door Einstein de kosmologische constante genoemd en zou veroorzaakt worden door donkere energie.

Problemen met de huidige theorieën van zwaartekracht[7][bewerken | brontekst bewerken]

Ondanks het succes van Newtons zwaartekrachttheorie, die in bijna alle gevallen heel goed voldoet, bleken er aan het eind van de negentiende eeuw, toen meettechnieken steeds preciezer werden, toch verschijnselen te zijn die hiermee niet helemaal te verklaren zijn. Dat werd in het begin van de twintigste eeuw verholpen met Einsteins relativiteitstheorie die een aanscherping is van Newtons theorie. Maar ook met deze verder zeer succesvolle theorie blijken er verschijnselen te zijn die hiermee niet beschreven kunnen worden:
  • De banen van de planeten dijen sneller uit dan te verklaren is met verlies van zonsmassa.
  • De uitdijing van het heelal lijkt te versnellen, wat moeilijk te verklaren is als er niet een of andere mysterieuze anti-zwaartekracht werkzaam is.
  • De baanbeweging van sterrenstelsels kan alleen verklaard worden als er extra onzichtbare massa is (donkere materie). Een alternatieve verklaring voor de extra aantrekkingskracht is een aangepaste zwaartekrachttheorie die volgens onder anderen Erik Verlinde effect heeft op supergrote schaal.

Nieuwe verklaring[bewerken | brontekst bewerken]

De Nederlandse natuurkundige Erik Verlinde kwam in 2009 en later met een afleiding van Newtons zwaartekrachtwet, uitgaande van het holografisch principe van Gerard 't Hooft.[8][9] Al eerder hadden natuurkundigen als Richard Feynman een verband gelegd tussen zwaartekracht en thermodynamica. Verlinde stelt dat de kracht het gevolg is van het verschil in informatiedichtheid in de ruimte tussen twee elkaar aantrekkende massa's en de ruimte daarbuiten. In drie dimensies neemt deze dichtheid met het kwadraat van de afstand af. Volgens deze theorie is zwaartekracht geen fundamentele kracht, maar het gevolg van microscopische kwantummechanische effecten, die statistisch samen de zwaartekracht opleveren ("entropische zwaartekracht").
De alternatieve zwaartekrachtstheorie (MOND,MOdified Newtonian Dynamics), die al in 1983 door Mordehai Milgrom geformuleerd en is gespecificeerd, is sindsdien niet aangepast door astronomische waarnemingen. In een computermodel onderzoek door de The Stellar Populations and Dynamics Research Group, geleid door professor Pavel Kroupa, werd het ontstaan van een sterrenstelsel, zonder donkere materie nagebootst. De uitkomst is heel goed vergelijkbaar met de waarneembare sterrenstelsels

Zwaartekrachtgolf

Naar navigatie springenNaar zoeken springen
In de algemene relativiteitstheorie, een deelgebied van de natuurkunde, is een zwaartekrachtgolf of gravitatiegolf een fluctuatie in de kromming van de ruimtetijd, die zich van de bron af naar buiten voortplant als een golf. In 1916 postuleerde Albert Einstein op basis van zijn theorie van de algemene relativiteitstheorie het bestaan van zwaartekrachtgolven. Het bestaan van zwaartekrachtgolven werd, op basis van directe waarnemingen op 14 september 2015 door het LIGO-project, bevestigd.
Bestand:Warped Space and Time Around Colliding Black Holes (Courtesy Caltech-MIT-LIGO Laboratory, produced by SXS project).webm
Simulatie van een botsing tussen twee zwarte gaten; het veroorzaakt zwaartekrachtgolven
Op 3 oktober 2017 werd de Nobelprijs voor Natuurkunde toegekend aan de Amerikanen Rainer WeissBarry Barish en Kip Thorne wegens hun waarneming van en onderzoek naar zwaartekrachtgolven.[1]

Definitie[bewerken | brontekst bewerken]

Algemene relativiteitstheorie
(de einstein-vergelijking)
Uitklappen
Achtergrond
Uitklappen
Vergelijkingen
Uitklappen
Oplossingen
Uitklappen
Experimentele verificatie
Uitklappen
Gevorderde onderwerpen
Uitklappen
Wetenschappers
Impressie van zwaartekrachtgolven
Zwaartekrachtgolven van een compact binair systeem
Een ring van deeltjes wordt door een gepolariseerde zwaartekrachtgolf samengedrukt in de ene richting en tegelijkertijd uitgerekt in de richting loodrecht daarop. De bovenste rij toont het effect van een +-polarisatie, de onderste rij van een x-polarisatie.
De algemene relativiteitstheorie voorspelt niet alleen dat de ruimte gekromd is, maar ook dat er zwaartekrachtgolven bestaan. Zwaartekrachtgolven ontstaan door een (impuls-)beweging van een massa zoals een hemellichaam, doordat de gekromde ruimte verandert rondom het bewegende object. Zwaartekrachtgolven kunnen dan ook optreden bij een grote explosie in het heelal. Zwaartekrachtgolven zijn naar verwachting transversaal, al voorspellen sommige theorieën daarnaast ook longitudinale golven. Zwaartekrachtgolven vervoeren energie als zwaartekracht- of gravitatiestraling.
Indien zwaartekrachtgolven kunnen optreden bij grote explosies in het heelal, dan vertaalt zich dat in een tijdelijke ruimtevermeerdering, die waargenomen kan worden door tijdelijke grotere spectrale roodverschuivingen. Omgekeerd krijg je bij implosies ruimtevermindering, wat zich vertaalt in spectrale blauwverschuiving.
Zwaartekrachtgolven worden onder meer opgewekt als twee zeer zware hemellichamen op korte afstand om elkaar heen draaien. Dat kunnen dubbelstersystemen zijn, bestaande uit witte dwergenneutronensterren of zwarte gaten. Hoe sneller zij om elkaar heen draaien, hoe "sterker" de zwaartekrachtgolven. Zo lekt er energie weg en gaan beide sterren steeds dichter om elkaar heen draaien.

Meten van zwaartekrachtgolven[bewerken | brontekst bewerken]

Zwaartekrachtgolven werden voor het eerste indirect waargenomen in 1974 door Russell Hulse en Joseph Taylor. Met de radiotelescoop van Arecibo in Puerto Rico namen ze twee neutronensterren waar, nu bekend als de Hulse-Taylor binaire pulsar, die om elkaar heen draaiden. Omdat de ene component een pulsar was en als klok kon worden gebruikt, waren nauwkeurige metingen van de baan van de twee objecten mogelijk. Op deze manier kon worden vastgesteld dat de baan van de twee objecten kromp, in overeenstemming met Einsteins voorspellingen. Dit is alleen mogelijk als er energie 'weglekt' door de emissie van zwaartekrachtgolven.
Vanaf dat moment werden op verschillende locaties door wetenschappers pogingen gedaan om deze zwaartekrachtgolven direct te meten, iets wat wetenschappers van de LIGO pas in september 2015 lukte. Op 11 februari 2016 is bekendgemaakt dat toen zwaartekrachtgolven zijn gemeten van de botsing en samensmelting van twee zwarte gaten.[2] Nadien zijn nog twee detecties gepubliceerd.[3][4]

Virgo[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Virgo (zwaartekrachtgolvendetector) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
In 2007 trad de Virgo-detector in werking, een constructie die op het terrein ligt van het European Gravitational Observatory (EGO) bij het Italiaanse Cascina. In deze detector wordt een laserstraal opgesplitst in twee bundels. Een bundel gaat rechtdoor een drie kilometer lange buis in. De andere gaat haaks op de eerste door een andere drie kilometer lange buis. Aan het einde van de buizen worden de bundels middels spiegels teruggekaatst.
Zonder zwaartekrachtgolven zullen de bundels elkaar op hetzelfde punt tegenkomen en is het resultaat neutraal. Bij een zwaartekrachtgolf wordt een buis tijdelijk iets langer, terwijl de andere buis iets korter wordt. Het gevolg is dat de laserstralen niet meer samenvallen, wat door het instrument wordt gedetecteerd.

LIGO[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie LIGO voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Meting van zwaartekrachtgolven door LIGO
In de Verenigde Staten wordt een vergelijkbaar experiment uitgevoerd, het Laser Interferometer Gravitational-Wave Observatory (LIGO). Net als bij Virgo maakt LIGO gebruik van een interferometer, bestaande uit twee haaks op elkaar staande buizen van vier kilometer lang. Aanwezigheid van zwaartekrachtgolven verstoren het interferentiepatroon van de lasers en maken de golven meetbaar. LIGO bestaat uit twee identieke detectoren, de ene staat in Livingston (Louisiana) de andere op de Hanford Site in Richland (Washington). Een buitenaards signaal wordt in beide detectoren geregistreerd met een zeer klein tijdverschil.

LISA[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie LISA voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
De Laser Interferometer Space Antenna (LISA) is een gezamenlijk project van de ruimtevaartorganisaties NASA en ESA voor een toekomstige detector in de ruimte. Het principe achter LISA is dezelfde als bij Virgo en LIGO, namelijk zwaartekrachtgolven meten met een interferometer. Alleen gaat LISA gebruikmaken van drie satellieten in de ruimte op onderlinge afstanden van vijf miljoen kilometer. Elke satelliet heeft twee lasersystemen die onder een hoek staan van 60 graden.

MiniGrail[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie MiniGrail voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Ook in Nederland hielden wetenschappers zich bezig met de detectie van zwaartekrachtgolven. Aan de universiteit van Leiden werd in het Kamerlingh Onnes Laboratorium gewerkt aan een uiterst gevoelige bolvormige antenne die zwaartekrachtgolven zou kunnen waarnemen. De naam van het project was MiniGrail. Deze antenne was zo gevoelig, dat trillingen met een uitwijking van ongeveer 10−20 meter zouden kunnen worden gedetecteerd.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]

woensdag 1 april 2020

Als ãrtificial intelligence er met licht snelheid vandoor gaat, dan bleife we het probleem houwe dat ãi foor eeuwig weg is (sou ik trouwens ook doen, wegweese van die ijdele egocentrische varkens). Ja, et sal toch eg van zwaartekracht en manipulatie daarvan moeten komen, of sneller dan lichtsnelheid..


sjaak swart walgt van ferticale loungers : "ik walg fan ferticale loungers"

@@@@~~~~@@@@





De watt (symbool W) is de SI-eenheid van vermogen (energie per tijdseenheid). De eenheid is vernoemd naar de Schotse ingenieur James Watt. De eenheid is een zogenaamde afgeleide eenheid, wat wil zeggen dat zij kan worden ontleed in andere basiseenheden:
Een gloeilamp met een vermogen van 60 watt gebruikt een hoeveelheid energie van 60 joule, per seconde.
Een verouderde eenheid van vermogen is de paardenkracht (pkCV) of nagenoeg de horsepower (hp):
1 pk = 735,498 75 W, terwijl 1 hp ~ 746 W

Elektromagnetisme[bewerken | brontekst bewerken]

Elektrisch vermogen[bewerken | brontekst bewerken]

Ook een elektrisch vermogen wordt uitgedrukt in watt. De uitdrukking is dan als volgt.
Hierbij is V (volt) de eenheid voor spanning en A (ampère) de eenheid voor stroom.
Het elektrisch vermogen kan uitgedrukt worden met behulp van de elektrische weerstand.
Hierbij is (ohm) de eenheid voor elektrische weerstand.
Op elektrische huishoudelijke apparaten kan meestal teruggevonden worden wat het elektrische vermogen is in watt. Voor industriële apparatuur wordt het opgenomen vermogen van apparaten gewoonlijk uitgedrukt in voltampère, dit (schijnbaar) vermogen geeft aan hoe zwaar de aansluiting op het elektriciteitsnet moet zijn. Het vermogen dat effectief verbruikt wordt door het toestel is wel uitgedrukt in watt.

Elektrische energie[bewerken | brontekst bewerken]

Een praktische, niet-SI-eenheid die rechtstreeks van de watt is afgeleid is de kilowattuur (kWh): 1 kWh = 3,6 MJ (megajoule). De vermenigvuldiging van de watt (joule per seconde) met een tijdseenheid heeft weer een eenheid van energie als gevolg. Voor het uitdrukken van een hoeveelheid elektrische energie wordt deze eenheid dan ook vaak gebruikt.
Een apparaat van 10 watt verbruikt in 24 uur:
NB: op veel apparaten is aangegeven wat het apparaat maximaal kan verbruiken; dat wil niet zeggen dat het dat ook daadwerkelijk continu verbruikt.

Megawatt[bewerken | brontekst bewerken]

Een megawatt (symbool: MW) is gelijk aan een miljoen (106) watt. De productiecapaciteit van energiecentrales wordt meestal in megawatt uitgedrukt, ook wel MWe (met de e van elektrisch). Het thermisch vermogen (de hoeveelheid warmte die vrijkomt) is altijd hoger, en wordt ook wel aangeduid als MWth. De opgewekte warmte gaat deels verloren bij de omzetting naar elektriciteit.



Ergens in 1763 of 1764 repareerde Watt een Newcomen-stoommachine en begon manieren te bedenken om deze te verbeteren. Watt besefte dat bij een werkzame machine de afkoeling buiten de cilinder moest plaatsvinden. Hij verbond een aparte 'condensor' aan zijn apparaat die hij gekoeld hield en de efficiëntie sprong omhoog naar 8%. Met latere verbeteringen, waaronder het gebruik van stoomdruk in plaats van atmosferische druk aan de drukzijde haalde hij uiteindelijk 19% en daarmee had hij een werkende stoommachine. In 1769 kreeg Watt een patent op deze verbeteringen. Dit jaartal komt in de geschiedenisboeken het vaakst voor als de datum waarop de stoommachine is uitgevonden.[bron?]
De ondernemer Matthew Boulton, eigenaar van een grote fabriek, gaf Watt opdracht om een stoommachine te bouwen. Deze eerste Watt-stoommachine werd een groot succes. In 1774 begonnen Boulton & Watt gezamenlijk een bedrijf in Soho, een plaats bij Birmingham, waar ze de verbeterde stoommachines produceerden. Men kan stellen dat Watt hiermee de industriële revolutie mogelijk maakte, die het leven van de mens op aarde onomkeerbaar veranderd heeft. Tot die tijd werd nog vrijwel alle energie geleverd door menselijke en dierlijke spierkracht. Het grote voordeel ten opzichte van de al wel bekende watermolens en windmolens was, dat energie nu beschikbaar kon zijn op in principe elke gewenste tijd en plaats.

Invloed

Watt is degene die de paardenkracht als eenheid van vermogen introduceerde voor het classificeren van de stoommachines. Zijn versie van de eenheid komt overeen met 550 foot-pond per seconde (735,5 watt). Later werd de eenheid van vermogen in het SI-systeem naar hem genoemd:
watt = 1 joule/seconde.
(Een gloeilamp van 60 W zet dus elektrische energie om in licht en warmte met een tempo van 60 joule per seconde.)
Vanuit het toenmalige wetenschappelijk oogpunt was zijn werk niet goed te begrijpen, maar een latere analyse door mensen als Carnot en Clapeyron van zijn empirische triomf legde de grondslag voor de thermodynamica.

Zie ook



https://nl.wikipedia.org/wiki/James_Watt


Alessandro Giuseppe Antonio Anastasio Volta (Italian: [alesˈsandro ˈvɔlta]; 18 February 1745 – 5 March 1827) was an Italian physicistchemist, and pioneer of electricity and power[2][3][4] who is credited as the inventor of the electric battery and the discoverer of methane. He invented the Voltaic pile in 1799, and reported the results of his experiments in 1800 in a two-part letter to the President of the Royal Society.[5][6] With this invention Volta proved that electricity could be generated chemically and debunked the prevalent theory that electricity was generated solely by living beings. Volta's invention sparked a great amount of scientific excitement and led others to conduct similar experiments which eventually led to the development of the field of electrochemistry.[6]
Volta also drew admiration from Napoleon Bonaparte for his invention, and was invited to the Institute of France to demonstrate his invention to the members of the Institute. Volta enjoyed a certain amount of closeness with the emperor throughout his life and he was conferred numerous honours by him.[1] Volta held the chair of experimental physics at the University of Pavia for nearly 40 years and was widely idolised by his students.[1]
Despite his professional success, Volta tended to be a person inclined towards domestic life and this was more apparent in his later years. At this time he tended to live secluded from public life and more for the sake of his family until his eventual death in 1827 from a series of illnesses which began in 1823.[1] The SI unit of electric potential is named in his honour as the volt.

Ampère (eenheid)

Naar navigatie springenNaar zoeken springen
Kleinere eenheden
fac­tornaamsym­bool
1ampèreA
10−3milliampèremA
10−6microampèreµA
10−9nanoampèrenA
10−12picoampèrepA
10−15femtoampèrefA

Ampère als ladingseenheid per tijdseenheid
In de natuurkunde is de ampère, met symbool A, een eenheid van elektrische stroomsterkte. De ampère is een van de zeven grondeenheden van het SI-stelsel en is genoemd naar de Franse fysicus André-Marie Ampère (1775–1836), een van de hoofdontdekkers van het elektromagnetisme.

André-Marie Ampère (1775-1836), de Franse natuurkundige naar wie de eenheid van stroom werd vernoemd

Definitie van de ampère[bewerken | brontekst bewerken]

Tot 2019[bewerken | brontekst bewerken]

De definitie van de ampère luidde:[1]
Aanhalingsteken openen
Een ampère is de constante stroomsterkte die, wanneer deze loopt door twee parallelle geleiders van oneindige lengte en met een verwaarloosbare diameter, op 1 meter van elkaar geplaatst in vacuüm, een lorentzkracht tussen deze geleiders produceert van 2 × 10−7 newton per meter lengte.
Aanhalingsteken sluiten

Illustratie van de definitie van de ampère zoals die gangbaar is tot 20 mei 2019

Vanaf 20 mei 2019[bewerken | brontekst bewerken]

De herdefinitie van de ampère is gebaseerd op de exacte vastlegging van de elementaire lading . Aangezien gehandhaafd blijft dat een stroomsterkte van 1 A een stroom betekent van 1 coulomb per seconde:
1 A = 1 C / s,
wordt volgens de herdefinitie van de basiseenheden, een elektrische stroom met sterkte 1 A veroorzaakt door
elementaire ladingen per seconde. Een gevolg is dat in de formule voor de lorentzkracht tussen geleiders niet meer exact de factor 2 × 10−7 staat.

Elektrische lading[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Coulomb (eenheid) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
De eenheid van elektrische lading, de coulomb, is gedefinieerd op basis van de ampère: 1 coulomb is de hoeveelheid lading die overeenkomt met een stroom van 1 ampère gedurende 1 seconde, ofwel 1 coulomb is gelijk aan 1 ampèreseconde:
1 C = 1 A · 1 s = 1 As

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

De huidige definitie is gelijkwaardig met de oorspronkelijke: de grootte van de ampère is zo gekozen dat we in de formule voor de lorentzkracht tussen geleiders het min of meer ronde getal 2 × 10−7 krijgen (in termen van de dyne en de cm was er alleen de factor 2). Om praktische redenen was er van 1893 - 1948 een andere definitie, berustend op het bepalen van de hoeveelheid neergeslagen zilver bij de elektrolyse van zilvernitraat; 1 ampère was de stroom die 1,118 000 mg zilver per seconde doet neerslaan uit een zilvernitraatoplossing. Later bleek bij preciezere meting dat de zo gedefinieerde stroom in termen van de oorspronkelijke en huidige definitie 0,999 85 A bedroeg.[2]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]